Model-bouw(en) (IV)

Enkel punten in overweging te nemen bij het bouwen van een modeltreintafel

Waarom Segmentmodelspoorbaan Raamwerk
Hellingen Weathering Rijstroom
Electronische componenten Electronische schakelingen Landschap
Besturing Tips voor de modelbouwer Leggen van rails

  • Besturing

  • Analoognaloog

    De volledige besturing (snelheid en rijrichting) van de locomotieven dient te gebeuren via de spanning (zie Electrificering). Door het spoor in te delen in verschillende blokken (waarvan de spanning dan aparte geregeld wordt), kan er met meerdere treinen simultaan gereden worden. Echter 2 treinen in hetzelfde blok kunnen niet onafhankelijk bestuurd worden.

  • Digitaaligitaal

    Om treinen digitaal te kunnen besturen heeft men een digitale centrale en locomotieven met ingebouwde locdecoders nodig. Het gehele spoortraject staat onder permanent constante wisselspanning (16V). Deze digitale stroom is een combinatie van rijspanning voor de voertuigen en transporteur van de stuursignalen.
  • De digitale centrale zend commando's naar de locdecoders.
  • Elke locdecoder heeft een uniek (instelbaar) adres. De locdecoders regelen de snelheid en rijrichting van de locomotief. Daarnaast beschikken locdecoders ook over extra functies (zoals verlichting, rookgenerator, hoorn, ...)
  • Een stuursignaal bestaat uit een adres en een commando.
    Iedere decoder heeft een bepaald adres en reageert uitsluitend op die commando’s die aan zijn adres zijn gericht
    Commando’s voor de verschillende locadressen worden zeer snel achter elkaar doorgegeven, zodat er meerdere locomotieven gelijktijdig aangestuurd kunnen worden.

    Adres locdecoderCommando
    Locdecoder 104Snelheid 4 vooruit
    Locdecoder 105Functie 1 actief (hoorn)

    Dit maakt het mogelijk om 2 treinen onafhankelijk van elkaar op hetzelfde baanvak te besturen. Dit is eenvoudiger dan de analoge besturing in een bloksysteem.

    Overzicht systemen

    In het verleden bracht elke modelspoorfabrikant zijn eigen systeem op de markt. Standaardisatie heeft 2 toonaangevende systemen overgehouden. Dit zijn Motorola (ontwikkeld door Marklin) en het DCC-formaat (oa Lenz, Roco, Rivarossi, Arnould, Jouef, Lima en Fleischmann)
    Arnold (onderdeel van Rivarossi-groep) is ooit ontstaan als een variant van Marklin voor gelijkstroom. FMZ is een (inmiddels verouderd) formaat van Fleischmann.

    Digitale centrale
    SysteemFleischmann
    Twin-Center
    MarklinArnoldTrixUhlenbrock
    Intellibox
    Lenz
    Digital
    Zimo
    DCC******
    Motorola****
    Selectrix***
    FMZ*

    Componenten

    Booster

    De meeste centrales leveren met een ingebouwde booster ong. 3A "digitale stroom". Dit is voldoende om een 6-tal treinen simultaan te laten rijden. Om meerder treinen simultaan te laten rijden, dient men een booster aan de centrale toe te voegen. De booster zet de digitale stroom op de rails.
    Gebruik voldoende dikke bedrading en sluit de baan op meerdere plaatsen aan.

    Transformator

    De centrale en booster hebben een transformator nodig die de spanning levert, voor de digitale stroom. Reken ong 600mA per locomotief.

    Locdecoders

    Worden ingebouwd in de locomotief om deze digitaal bestuurbaar te maken. Meer info over Locdecoders.

    Wisseldecoders

    Via wisseldecoders kunnen wissel digitaal via de centrale worden aangestuurd.

    Schakeldecoders

    Dit zijn digitale schakelaars waarmee apparaten aan- of uitgeschakeld kunnen worden. (vb seinen, overweg, verlichting)

    Terug- en bezet melders

    Een terugmelder beschikt over meedere ingangen (meestal 16) die elk een aan of uit kunnen staan. Daarmee kan informatie aan de computer verstrekt worden de toestand van een baanvak bezet of vrij

    Computerinterface

    Dit is de communicatie poort tussen de centrale en de computer. Soms moet men zo'n interface apart aanschaffen (Marklin, Lenz) bij andere (Intellibox) is die standard voorzien.

    Systeemopbouw

    Een computer-gestuurde modelbaan met digitale sturing wordt volgens onderstaand schema worden opgebouwd.

    Digitaal opbouw

    Computer

    Digitale treinbesturing wordt pas echt intressant bij gebruik van een computer. De computer wordt via de COM-poort met een seriele interface van de centrale aangesloten. De programmatuur krijgt via de verschillende componenten de nodige gegevens om positie te bepalen en treinen te sturen/controleren. Een logische stap is dan om de modelbaan door de computer te beveiligen. Dus dan kan via de computer de trein naar een bepaald deel op de baan worden gestuurd, terwijl de software de beveiliging op zich neemt. Dit scheelt een hele hoop werk en geld. De computer is in staat de trein te volgen en hem op de juiste plaats tot stilstand te brengen.