Model-bouw(en) (III)

Enkel punten in overweging te nemen bij het bouwen van een modeltreintafel

Waarom Segmentmodelspoorbaan Raamwerk
Hellingen Weathering Rijstroom
Electronische componenten Electronische schakelingen Landschap
Besturing Tips voor de modelbouwer Leggen van rails

Leggen van rails

Het leggen van de rails is n van de belangrijkste zaken voor de treinmodelbouwer. Het is de fundatie voor het vlekkeloos rijden van het rollend materieel. Daarom wordt er hier nader op ingegaan met tips en richtlijnen gebaseerd op de NEM normen. Een goede basis die problemen achteraf zal vermijden en ook hier geldt meten is weten.

  • ballastbed

    Het ballastbed zelf maakt men van het in de handel verkrijgbare strooimateriaal voor een ballastbed. De korrel grote is afhankelijk van de schaal, meestal geven de fabrikanten aan voor welke schaal het bedoeld is. Dit materiaal breng men volgens bovenstaande tekening aan, waarbij het gebruik van een kwastje erg handig is. tip
  • De bedding

    De bedding maakt men volgens de in de tekening gegeven vormgeving. De bij de letters behorende afmetingen kunt u terug vinden in onderstaande tabel. Als rail bedding kunt u bijvoorbeeld kurk gebruiken dat in de handel verkrijgbaar is.


    Schaal Spoorwijdte
    G
    a b c d e f h
    Z
    N
    TT
    H0
    S
    O
    6,5
    9
    12
    16,5
    22,5
    32
    12
    16
    22
    30
    40
    58
    16
    22
    28
    38
    52
    76
    28
    38
    50
    70
    94
    134
    3
    5
    7
    9
    13
    18
    2
    3
    4
    5
    7
    9
    2
    3
    5
    6
    9
    12
    4
    6
    8
    10
    12
    16
    alles in mm.
    Inleiding

    Het maken van voldoende vrije ruimte langs het spoor volgens de NEM norm.

    Naast de rails is altijd een bepaalde ruimte die vrij is van obstakels. Deze ruimte is nodig om te voorkomen dat de trein ergens tegen aan botst. De vrije ruimte is in bogen groter dan op het rechte traject, dit omdat de rijtuigbakken in bogen meer op zij, naast de rails, hangen dan op het rechte eind.

    Het rechte spoor

    Op het rechte eind is de vrije ruimte omgrenst volgens de in de figuur staande afmetingen. De bij de letters behorende afmetingen kunt u in de tabel terug vinden, waarbij de maten B4, B5 en H5 alleen voor rijden met bovenleiding gelden.


    De vrije ruimte op een recht stuk spoor. E. Kruithof

    Schaal

    G

    B1

    B2

    B3

    H1

    H2 (1

    H3

    H4

    B4

    B5

    H5 (2

    Z
    N
    TT
    H0
    S

    6,5
    9,0
    12,0
    16,5
    22,5

    20
    27
    36
    48
    66

    14
    18
    24
    32
    44

    18
    25
    32
    42
    57

    4
    6
    8
    11
    15

    6
    8
    10
    14
    19

    18
    25
    33
    45
    60

    24
    33
    43
    59
    78

    16
    22
    28
    38
    50

    13
    18
    22
    30
    38

    27
    37
    48
    65
    87

    alles in mm

    1) Alleen voor goederensporen
    2) H5 geeft de begrenzing bij de laagste rijdraad hoogte

    De bogen

    In bogen onderschijt men rijtuigen met draaistellen in 3 verschillende wagengroepen, namelijk wagengroep A met maximaal 20,0m baklengte en 14,0m draaistelafstand, wagengroep B met maximaal 24,2m baklengte en 17,2m draaistelafstand en wagengroep C met maximaal 27,2m baklengte en 19,5m draaistelafstand. In onderstaande tabel kunt u aflezen wat de afmetingen voor de wagengroepen op schaal zijn.

    Opmerking:
    Verkorte modellen van de wagengroep C (bv. in H0 in schaal 1:100), behoren in wagengroep B.

    Schaal ->

    Z

    N

    TT

    H0

    S

    Wagengroep A
    Wagengroep B
    Wagengroep C

    91
    110
    124

    125
    151
    170

    167
    202
    227

    230
    278
    313

    313
    378
    425

    alles in mm

    In onderstaande figuur kunt u de maten voor de vrije ruimte op een gebogen stuk normaalspoor aflezen, de bovenleidingmast afstand (E) is afhankelijk van het bereik van de stroomafnemers, de boog radius, en de zij uitslag van het rollend materieel met draaistellen.


    De vrije ruimte in bogen. E. Kruithof

    De afmetingen voor E staan in onderstaande tabel, de andere afmetingen in de tabel voor op een recht stuk spoor hierboven. Aan de waarden voor wagengroep A zou u zich zeker moeten houden, ook al rijden er geen wagens met draaistellen op het baanvak.

    Schaal
    ->

    Z


    N


    TT


    H0


    S


    Radius van de boog Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    175
    200
    225
    250
    275
    300
    325
    350
    400
    450
    500
    550
    600
    700
    800
    900
    1000
    1200
    1400
    1600
    1800
    2000
    2500
    3000
    2 3 5
    2 3 4
    2 2 4
    1 2 3
    1 2 3
    1 2 3
    1 1 2
    1 1 2
    0 1 2
    0 1 1
    0 0 1
    0 0 1
    0 0 1
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    4 - -
    4 6 -
    3 5 7
    3 5 6
    3 4 6
    2 4 5
    2 3 5
    2 3 4
    1 2 4
    1 2 3
    1 1 3
    0 1 2
    0 1 2
    0 0 2
    0 0 1
    0 0 1
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    0 0 0
    - - -
    - - -
    - - -
    6 - -
    5 8 -
    5 7 10
    4 6 9
    4 6 8
    3 5 7
    3 4 6
    2 4 5
    2 3 4
    1 3 4
    1 2 3
    0 2 3
    0 1 2
    0 1 2
    1 2 3
    1 2 2
    0 1 2
    0 1 1
    0 0 1
    0 0 0
    0 0 0
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    9 - -
    8 12 -
    7 11 14
    6 9 12
    5 8 11
    4 7 10
    4 6 9
    3 5 7
    3 4 6
    2 3 5
    2 3 4
    1 2 3
    1 2 2
    0 1 2
    0 1 1
    0 0 1
    0 0 0
    0 0 0
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    12 - -
    10 16 -
    9 14 19
    8 13 17
    7 11 15
    6 9 13
    5 8 11
    4 7 9
    3 5 7
    2 4 6
    2 3 5
    1 2 4
    1 2 3
    0 1 2
    0 1 1
    alles in mm

    Opmerking:
    De spoorafstand in de bogen is volgens NEM 112.

    In de overgangszone bij spoorbogen is de omgrenzing van de vrije ruimte zo als in onderstaand figuur staat aangegeven.


    De vrije ruimte in de overgangszone. E. Kruithof

    Inleiding

    Het leggen van rails op de juiste afstand volgens de NEM norm.

    Rails ligt in het echt op een bepaalde afstand uit elkaar. Deze afstand is nodig opdat de treinen zonder problemen langs elkaar kunnen rijden. In bogen en op recht spoor is deze afstand verschillend, omdat de treinen in de bogen iets hangen en daardoor wat meer ruimte nodig hebben.

    De afstand op het rechte eind

    De afstand tussen twee of meer stukken rechtspoor worden gemeten van het midden van het ene spoor tot het midden van het andere spoor. De waarden in onderstaande tabel moeten zover als mogelijk is niet kleiner zijn.

      Z N TT H0 S
    Op de open baan
    Bij stations
    19
    21
    25
    28
    34
    38
    46
    52
    63
    71
    alles in mm

    De afstand in bogen

    In bogen moet de spoorafstand vergroot worden opdat de treinen elkaar niet raken door het overhangen van de rijtuigbakken. De afstand in de bogen is afhankelijk van de rijtuigen met draaistellen die op dat traject rijden. Deze rijtuigen zijn in drie groepen in te delen, zie tabel.

    Schaal ->

    Z

    N

    TT

    H0

    S

    Wagengroep A
    Wagengroep B
    Wagengroep C

    91
    110
    124

    125
    151
    170

    167
    202
    227

    230
    278
    313

    313
    378
    425

    alles in mm

    De spoorafstanden voor bogen zijn in onderstaande tabel af te lezen, waarbij wagengroepen A, B en C staan voor de lengte van het rijtuig, zie ook "Vrije ruimte". In ieder geval moet je niet onder de waarde van wagengroep A komen.
    LET OP: de aangegeven spoorafstand moet al bij de aanvang van de bocht bereikt zijn.

    Schaal
    ->

    Z

    N

    TT

    H0

    S

    Radius van de boog Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    Wagengroep
    A B C
    175
    200
    225
    250
    275
    300
    325
    350
    400
    450
    500
    550
    600
    700
    800
    900
    1000
    1200
    1400
    1600
    1800
    2000
    2500
    3000
    21 23 25
    20 22 24
    19 21 23
    19 20 22
    19 20 21
    19 19 21
    19 19 21
    19 19 20
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 91
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    19 19 19
    31 - -
    30 33 -
    29 32 35
    28 31 33
    27 30 32
    27 29 31
    26 28 30
    26 28 29
    25 27 28
    25 26 27
    25 25 26
    25 25 26
    25 25 26
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    25 25 25
    - - -
    - - -
    - - -
    40 - -
    39 44 -
    38 42 46
    37 41 45
    36 40 43
    35 38 41
    34 37 40
    34 36 38
    34 35 37
    34 34 36
    34 34 35
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    34 34 34
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    57 - -
    55 62 -
    53 59 64
    51 57 61
    50 55 59
    49 53 57
    48 52 55
    46 50 52
    46 48 50
    46 47 48
    46 46 47
    46 46 46
    46 46 46
    46 46 46
    46 46 46
    46 46 46
    46 46 46
    46 46 46
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    - - -
    76 - -
    74 83 -
    72 80 88
    70 78 84
    67 74 80
    65 71 76
    64 68 73
    63 66 70
    63 64 67
    63 63 64
    63 63 63
    63 63 63
    63 63 63
    63 63 63
    63 63 63
    Inleiding

    Het volgens de NEM norm verhogen van de buitenste railstaaf ten opzichte van de binnenste railstaaf in bogen.

    De verhoging van het spoor dient er voor om de zekerheid van het volgen van de bogen door het rollend materieel te vergroten. Dit gebeurt door de rails in bogen schuin te leggen.

    De aanleg

    De buitenste railstaaf ligt de afstand H hoger dan de binnenste railstaaf (zie tekening.), word de door de snelheid veroorzaakte hang naar de buiten zijde van het spoor gecompenseerd.


    De verhoging in de bogen. E. Kruithof

    Bij modelspoor is de verhoging voor betere rijeigenschappen niet nodig, beter gezegd vergroot zij het gevaar voor het naar binnen vallen van het materieel. Uit optisch opzicht kunt u toch besluiten om zo'n verhoging te maken. Volgens de NEM norm word dan aanbevolen deze waarde voor H niet te overschrijden, omdat de kans op ontsporing dan wel heel erg groot word. De waarde voor H bereken je met de formule G/15 waarin G de spoorbreedte is in model.

    Schaal

    Z

    N

    TT

    H0

    S

    G

    6,5

    9

    12

    16,5

    22,5

    H max

    0,4

    0,6

    0,8

    1

    1,5

    alles in mm

    De verhogingen die in de tabel staan aangegeven zij maximale hoogten. Bij de overgang van rechtspoor naar een boog moet u dit hoogte verschil tussen de railstaven langzaam tot stond laten komen, vooral bij overgangsbogen moet u hier op letten.

    Inleiding

    Het volgens de NEM norm op juiste hoogt en met de juiste zijuitslag aanleggen van bovenleiding.

    Bij de Europese spoorwegmaatschappijen bestaan er verschillende maten voor de vereiste zijuitslag van de bovenleiding. Deze maat van de zijuitslag benvloed de afstand van het punt waar de rijdraat bevestigd zit en eventueel ook de mastafstand ten opzichte van de rails. In kleine boogstralen bij het modelspoor valt dit vaak erg op. Voor de zijuitslag zijn 2 systemen te onderscheiden:
    1) Breed: Voor dienst met breedte stroomafnemers, zoals bij de DB AG en BB, met een zijuitslag van 300 - 400mm
    2) Smal: Voor dienst met smalen stroomafnemers, zoals bij de SBB, SNCF en FS, met een zijuitslag van 200 - 300mm

    De bovenleidingshoogte

    De hoogte van de rijdraad is in onderstaande tekening en tabel af te lezen. Hierbij is HF2 de normale hoogte van de rijdraad. Deze hoogte gebruikt men vooral op de vrije baan. Op stations hangt men meestal de rijdraad iets hoger (HF3), in tunnels en op bruggen meestal lager (HF1). De maximale zijuitslag word eigenlijk alleen in bogen gebruikt. Op rechte stukken spoor word de zijuitslag meestal verminderd tot 2/3 van de maximale zijuitslag.


    De zijuitslag en hoogte van de bovenleiding.
    E. Kruithof

    Schaal

    S Breed

    S Smal

    HF 1

    HF 2

    HF 3

    Z
    N
    TT
    H0
    S

    2
    3,5
    4,5
    6,5
    8,5

    1
    1,5
    2
    3
    4

    25
    34
    44
    60
    80

    28
    38
    50
    69
    93

    30
    40
    52
    73
    98

    alles in mm

    De maximale mast afstand mastafstand (L) in spoorbogen kan men met de volgende formule berekenen:

    L max = 4 * wortel R * S

    Inleiding

    De omgrenzing van het materieel volgens de NEM norm.

    Om er voor te zorgen dat het materieel ongehinderd over de trajecten kan rijden moet deze binnen een bepaalde ruimte blijven.

    De omgrenzing

    De omgrenzing kunt u met behulp van onderstaande tekening bepalen. Hierbij moet u er op letten dat alle delen van het materieel binnen deze ruimte blijven, dus ook de stroomafnemer in beide standen. De bij de letters behorende afmetingen staan in onderstaande tabel.


    De omgrenzing van het materieel. E. Kruithof

    Schaal

    G

    B1

    B2

    H1

    H2

    H3

    H4

    Z
    N
    TT
    H0
    S

    6,5
    9,0
    12,0
    16,5
    22,5

    17
    23
    30
    40
    54

    11
    14
    18
    26
    35

    1
    1
    1,5
    2
    3

    2
    3
    4
    5
    7

    17
    24
    32
    44
    59

    23
    32
    42
    57
    75

    alles in mm