Segmentmodelspoorbaan

Van erts tot staal : Overzicht

Module 1 Module 2 Module 3

Algemene informatie

Bouwjaar2005-...
StatusIn aanbouw
SchaalHO-Schaal
Sporen2-rail Tillig
3-rail Märklin K-rail
Spanningdigitaal
BedieningESU ECoS Command Station
ESU ECoS control
Afmetingen10.80m * 4.50m
#Modules21
Spoorlengteong 260m
Wissels78
Kruiswissels11
Wisselmotoren100
Wisseldecoders23 (x 4 uitgangen)
DraaisschijfWalthers Cornerstone (48cm)

De baan in opbouw



  • Voor deze baan is gekozen voor HO-Schaal met 2-rail gelijkstroom voor de binnenbaan en 3-rail wisselstroom voor de buitenbaan.
  • De spoorbaan is vervaardigd met losse segmenten. Een segmentmodelspoorbaan onderscheidt zich wezenlijk van de modulebaan.
  • De nieuwe baan zou niet meer de vorm van een ovaal hebben maar wel een U. Dit om gemakkelijk in en uit te gaan naar de besturingsonderdelen. Een overzicht van het railplan vindt u onderaan.
  • Voor de sporen werd een dubbele keuze gemaakt: in de eerste plaats zou er een buitenbaan komen met Märklin K-rails ( 85 meter ) en de rest binnenin met Tilligsporen ( 174 meter ). De reden van deze beslissing was de volgende: de clubleden die met wisselstroom rijden, hadden in het verleden geen kans om met hun materiaal op de clubbaan te komen rijden. Omdat niet iedereen thuis de mogelijkheid heeft om een grote baan op te stellen, word hen nu die mogelijkheid geboden.
  • Op de oude baan Hout tot papier werd voor de keuze van de sporen gekeken naar de realiteit. Op de hoofdlijnen werd op (code 83 gereden, op de zijlijnen code 70 en soms zelfs code 55). De sporen van het schaduwstation werden in code 100 aangelegd. Omdat het rijden met lange treinen op de codes 70 en 55 problemen gaf, werden deze later overal vervangen door code 83. Deze fout wilden we niet meer maken en daarom werd nu overal code 83 voorzien.
  • #8 en #6 -wissels vervolledigen het spoorwegsysteem. Alleen op sommige fabrieksaansluitingen worden #4-wissels geplaatst. Alle wissels worden aangedreven met een motor die onder de baan wordt gemonteerd. Sommige wisselparen worden simultaan bediend over één decoderadres. Dit om te besparen op de kostprijs van decoders en omdat twee aan mekaar gekoppelde wissels toch steeds gelijktijdig moeten verzet worden om kortsluitingen te voorkomen.
  • De koppelingen zijn van KADEE. Deze koppelingen zijn een getrouwe kopie van de in Amerika gebruikte koppelingen in het grootbedrijf. Leden hebben de keuze hun koppelingen naar deze norm aan te passen om hun eigen wagens mee te laten rijden in een lange sleep of hun eigen koppelingen te behouden.
  • De locomotieven zijn steeds vijfpolig en altijd uitgerust met vliegwielen. Stroomafname en aandrijving geschiedt op alle wielen en de wielen zijn nooit uitgerust met antislipbanden. (In afwijking met de Europese fabrikanten)
  • Wel zijn alle wielflenzen van de RP 25 standaard (kleiner dan de Europese flenzen) .
  • De controle van de treinbewegingen worden gecoördineerd door een dispatcher.
  • Voor de besturing werd gekozen voor ECoS Command Station van ESU. Omdat het nodig was een besturingseenheid te hebben die zowel 2-railgelijkstroom als 3-rail wisselstroom aankan.
    Er werden 3 grote stroomkringen aangelegd:
  • De eerste stroomkring, bestaande uit 2 delen, voorziet alle Märklin K-rails van stroom. Wanneer we met wisselstroommaterieel rijden wordt de stroom via de middengeleider gestuurd anders via de 2 spoorstaven.
  • Een tweede stroomkring, eveneens uit 2 delen, is voorzien voor alle Tilligsporen behalve het industriegedeelte.
  • De derde stroomkring voedt het volledige industriegedeelte van de baan
  • Al deze stroomkringen, 5 delen in totaal, zijn volledig van elkaar gescheiden. Dit heeft tot voordeel dat we later, moest het nodig blijken gemakkelijk boosters kunnen toevoegen aan de besturing maar het biedt bijvoorbeeld ook voordelen wanneer er achter kortsluitingen moet gezocht worden.
  • De besturing van de treinen in het grote schaduwstation wordt door de ECoS gedaan terwijl de 'machinisten' die de locs besturen op de paradebaan en in het staalcomplex gebruikmaken van de draadloze afstandbediening (ESU ECoS control).
    De treinbestuurders bedienen de locomotieven met een handconsole.
  • De wissels van de hoofdlijnen worden door de dispatcher verzet. Op de zijlijn en de opstelsporen nabij de fabriek wordt de stand van de wissels door de treinbestuurders zelf geregeld. Dit geeft ons de mogelijkheid om rangeerbewegingen te doen zonder steeds de dispatcher te moeten lastigvallen. Wanneer een trein over of op de hoofdlijn moet, is de toestemming van de dispatcher nodig om ongevallen te voorkomen.
  • De wissels en later ook de seinen worden digitaal gestuurd. We gebruiken hiervoor de decoders van Märklin. Dit heeft het voordeel van iets minder bedrading te moeten installeren.Via de ECoS kan ook met rijstraten worden gewerkt.
  • De treinbestuurder volgt zijn trein over de hele baan en heeft op die manier de zaak onder controle. Later zullen er seinen ingebouwd worden en dan zal de bestuurder zelf moeten stoppen voor een rood signaal. Er wordt geen treinbeïnvloeding gebouwd aan de seinen. Menselijke fouten - door een rood sein rijden- zijn dus mogelijk.
  • Het sporenplan van onze baan: