baanbespreking

VAN HOUT TOT PAPIER:



De allereerste clubbaan werd gebouwd als segmentbaan. Bij een segmentbaan kunnen de formaten van de verschillende bakken verschillen.  De bedoeling was om met de baan deel te nemen aan tentoonstellingen. Het was de enige manier om treinen te laten rijden door de clubleden omdat de onderdelen tijdens de week boven op de winkelrekken stonden van één van de leden.

De baan kreeg de naam "van hout tot papier". Het was een rechthoekige baan met binnenin de besturing. De baan was, zoals de meeste clubbanen toen, volledig analoog. We spreken over 1997! Toen was van digitaal nog weinig te vinden.


Aan de ene zijde van de rechthoek was een bos aangelegd. Daarin waren stukken omgehakt en werd het hout naar de zagerij gebracht over de rivier.


Aan de zagerij werden de boomstammen uit het water gehaald en gedroogd. Later werden de bomen gezaagd op de maten die door de klant werden gevraagd. De klaargemaakte eindproducten werden per vrachrtwagen en per trein vervoerd.

Houtpulp en houtafval werden per trein naar de papierfabriek gereden.

Op het voorplein werd de houttrein gelost en zag men grote stapels hout liggen. Met een transportband werd het nodige hout naar de fabriek getransporteerd. Ook hier werd het eindproduct via spoor of truck naar de eindbestemming gebracht.

Onderweg rijden de treinen door de stad - zoals in de Verenigde Staten wel meer gebeurde - voorbij een haventje, een steenfabriek, een lokaal stationnetje.

Alles gebeurde met handregelaars. De bestuurders van de treinen moesten hun trein volgen en daarvoor moest men rond de baan meewandelen. De stichter van de club had immers beslist dat de seinen de locomotieven niet mochten beïnvloeden. Het was de 'machinist' die de lichten in het oog moest houden.

In het besturingscentrum kon de dispatcher stukken van de baan stroomloos schakelen, want voor de implimentatie van het huidige digitale systeem, kon men de locs niet individueel aansturen.


Met deze clubbaan werd deelgenomen aan verschillende tentoonstellingen. De allereerste keer was dat in de Stadsfeestzaal op de Meir in Antwerpen. Hierna volgende nog: Brussel, Genk, Blankenberge, 's Hertogenbos(NL), Bremen (D) en als laatste de Kölner Messe (D).

Omdat de meeste leden toen uitgekeken waren op die 'oude, analoge' baan, werd ze in Keulen verkocht. Ze is nu nog te bewonderen in het stadje Giessen an der Lahn in een grote tentoonstellingsruimte.

Ze wordt ook nog beschreven in het boek "DAS USA-MODELLBAHN-BUCH" van Horst Meier (GeraMond Verlag - D - 2005) en wordt in het boek 'Paperwood' genoemd van de Antwerp Train Association uit Schoten. Op bladzijden 40 t/m 45 staan nog andere foto's dan diegene die hier worden getoond.

Toen de firma Märklin de grootste stoomlocomotief, de Big Boy, uitbracht, waren er verschillende leden die zo'n exemplaar hadden aangekocht. Op de volledig voor gelijkstroom ingerichte baan van 'van erts tot staal' konden ze met hun drieraillocs niet terecht. Daarom werd besloten een tweede clubbaan op te richten langsheen de lange zijde van het clublokaal. Het plan was een stuk weer te geven van de steile hellingen in het westen van de Wasath bergen en in het oosten de Sherman Hill tussen Cheyenne en Laramie (USA).

Omdat ondertussen gebleken was dat de andere baan zo groot geworden was dat ze niet meer buiten kon om naar tentoonstellingen te gaan, zou deze baan weer in demonteerbare stukken gemaakt worden.

Aan de rechterzijde zou de trein aankomen en afremmen voor een draaischijf. De loc werd afgekoppeld, reed de draaischijf op en werd in de andere richting gezet. Dan reed hij via een omloopspoor terug naar het einde van de sleep en koppelde daar terug aan om terug te rijden over de heuvel. Op Sherman Hill was in de daar aanwezige tunnel een keerlus gebouwd zodat de trein zonder problemen terug naar beneden kon rijden en beneden terug dezelfde draaibeweging kon maken.

De werken aan deze baan waren nog niet zeer ver gevorderd toen we tijdens een bezoek bij een bevriende modeltreinclub van hen te horen kregen dat ze hun lokaal dienden te verlaten.

Er werd overeengekomen dat de gelijkstroombaan en de Märklinbaan van hen in de plaats zouden komen van de nog in de kinderschoenen staande Big Boy-baan.

De Big Boy-baan werd toen afgebroken, zonder dat ze ooit afgewerkt kon worden.


BAANBESPREKINGEN



BIG BOY-baan:



VAN ERTS TOT STAAL


Nadat in 2004 de baan 'van hout tot papier' verkocht was, begon het nadenken en plannen maken voor een nieuwe clubbaan.


Omdat het digitaal besturen van locomotieven volledig in opmars was, werd besloten om de nieuw te bouwen clubbaan ook digitaal te laten werken. De baan zou - in tegenstelling met de eerste baan - berijdbaar moeten zijn door zowel gelijkstroom locs als de drierail tegenhangers. Dit lokte veel discussies uit maar uiteindelijk werd besloten om de buitenste sporen aan te leggen met Märklin k-rails en de rest met Tillig sporen. De k-rails werden voorzien van drie aansluitingen: de middenleider, de spoorstaaf aan de buitenkant en de spoorstaaf aan de binnenkant. Door het verplaatsen van één stekker zou op die manier op heel de constructie gelijkstroom gereden kunnen worden. Dit is uiteindelijk slechts één enkele maal in de beginfase gebeurd.

Bij de heraanleg van de installatie ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de club, werden al deze overbodige aansluitingen terug verwijderd.


In de beginjaren van deze baan werd ze aangestuurd door twee Intelliboxen. Later door één ESU Ecos. Nog later kwam er een tweede Ecos bij zodat gelijkstroom en wisselstroom gescheiden werden en onafhankelijk van mekaar kunnen rijden.

Een storing op het ene net, beïnvloedt nu het andere net niet meer. Op die manier blijft er tijdens tentoonstellingen altijd minstens één soort rondrijden  terwijl het probleem wordt opgelost.


Voor de aankleding van het decor hebben we moeten zoeken op Amerikaanse sites om gebouwen te vinden die op schaal 1/87 zijn en die de hoogte hebben van de torengebouwen in Amerika. De gebouwen kwamen aan in bouwpakket en stonden triest wit te wezen. Ze werden dan in een passende kleur gespoten en geweatherd. Omdat 'doorkijk' gebouwen ook op niets lijken, begon een van de leden ze te voorzien van verdiepingen en iedere verdieping te 'bemeubelen'. Tevens werden leds aangebracht die in de toekomst onwillekeurig van mekaar zouden moeten branden.

Toen een nieuwe lichting leden zich aanbood, die ook over de nodige kennis van electronica beschikten, werden de interieurs van de gebouwen onder handen genomen.

Er werden lichtreclames aangebracht en binnen werden bewegende Preiserfiguren  aan het werk gezet.


Buiten de gebouwen wordt nu een circuit aangelegd waar Faller auto's rondrijden. Toen we pas met de bouw van deze baan begonnen, was hier helemaal nog geen sprake van. Dus er moesten heel wat aanpassingen te gebeuren.


In een hoek van de baan is een grote draaischijf met locloods aangelegd. Deze draaischijf heeft extra grote afmetingen omdat de Big Boy hier ook moet kunnen gekeerd worden. De draaischijven van de Europese fabrikanten hadden een te kleine  doormeter, dus werd ze  besteld bij Walthers en werkte oorspronkelijk alleen voor gelijkstroom. Na heel wat (voorzichtige) handelingen, werd ze omgebouwd om voor beide stroomssystemen te werken.


Tijdens de laatste verbouwing werd een toeristisch lijntje aangelegd dat pendelt tussen de grote stad en het nieuw ontworpen oude cowboydorp, daar waar eigenlijk alles ontstaan is. Het vormt een soort openluchtmuseum tussen de grootstad en de staalindustrie.


Aan de andere zijde van de baan werd een 'trestle'brug gebouwd. Een soort brug tegen de rotswand die heel vaak gebouwd werd in de USA. Over deze brug rijdt een pendeltreintje van de grote stad naar een oud mijnwerkersdorp.


Vanuit de mijn worden kolen aangevoerd naar de staalfabriek. Het transport wordt met speciale wagens gedaan, die in de rotarydumper (zie foto onderaan) kunnen gelost worden. De wagon wordt in de rotarydumper gereden, wordt vastgeklemd en het geheel wordt 180* rondgedraaid. Een loc duwt de lege wagon verder naar de andere kant door een volle terug binnen te duwen.

Het laden van de wagons in de mijn kan de bezoeker heel goed volgen (ooit misschien wel op een schermpje).








MÄRKLINBAAN


Deze baan werd langs de lange zijde van het clublokaal opgesteld na het afbreken van de Big Boy-baan. Ze is ongeveer 16 meter lang en 90 cm diep. Aan beide uiteinden is een keerlus gebouwd. Aan het ene uiteinde liggen twee sporen in een tunnel onder een steenfabriek, aan de andere kant zijn drie sporen die aansluiten op de perronsporen van het station.

Hier rijden Europese treinen naar Belgisch, Duits en soms Zwitsers model. Zoals de naam al laat vermoeden is deze baan volledig in Märklin k-rails aangelegd en wordt ze bestuurd met een Intellibox en een computerprogramma. Dit programma bepaalt zelf welke trein zal vertrekken vanop de drie sporen onder het dorpje. Indien de bestuurders hiervan geen gebruik willen maken, kan het programma gebruikt worden als seintableau. De regeling van de locs gebeurt dan via de Intellibox.

 

Centraal is een rangeerbundel aangelegd waar nieuwe treinsamenstellingen kunnen gemaakt worden.

Achteraan rijdt een pendeltreintje heen en weer van de steenfabriek naar het station.

 

Speciale aandacht moet besteed worden aan de steenfabriek. Die werd door een van de leden nagebouwd op basis van foto's die hij gemaakt had van een fabriek ergens in de Ardennen.

 

Ook deze baan werd oorspronkelijk gemaakt met het oog op deelname aan tentoonstellingen. Maar na vernieuwing van de sporen werd ervan afgezien deze door te snijden om beter contact te houden.

DE ANALOGE BAAN 


Deze baan is een erfstuk van Rik Van Moortel. Het was zijn wens dat zijn baan niet verloren zou gaan na zijn overlijden.

De baan werd bij hem thuis afgebroken en in honderden stukken overgebracht naar het lokaal. Hier werd ze terug stukje  voor stukje  - zoals een puzzel - opgebouwd. Nu wordt ze gemoderniseerd maar ze blijft analoog. Hierdoor kunnen de leden, die niet naar het digitale wereldje willen overstappen, nog met hun materiaal rijden.

 

Op deze baan is een (Duits) station te zien met een hele spoorbundel. Omdat analoog gereden wordt, zijn er verschillende blokken aangebracht die een stuk baan stroomloos schakelen waar nodig.

Er is ook een spoor aangelegd voor een lokale tramlijn. Aan het geheel wordt nog tijdens iedere bijeenkomst verder gewerkt om het perfect in orde te krijgen. Zo worden onder andere de verschillende (verborgen) keerlussen ingekort omdat de rond rijdende treinen meer niet te zien waren dan wel. Dit vergt heel wat nauwkeurig paswerk tussen het onderliggende deel en de paradebaan.

Op dit ogenblik kan er met drie treincombinaties gereden worden. Alle controle gebeurt door door de bediener van de baan.

 

 

Ter gelegenheid van een tentoonstelling in het Bauhaus (Sint Niklaas) werd een 'koffer'baantje gemaakt om deel te nemen aan een interclub wedstrijd. We bouwden een Amerikaans minibaantje dat de tweede prijs won tijdens deze wedstrijd.

 

wordt vervolgd...

DE KOFFERBAAN